Het concept

De kernconcepten op een rijtje:

  • Groei en leven
  • Energie, kracht en mechanica
  • Materie
  • Golven
  • Tijd en ruimte
  • Macht en bestuur
  • Binding en samenleving
  • Economie
  • Evenwicht en kringloop
  • Communicatie
  • Getalbegrip en rekenen

‘Data, relatie en informatie’, ‘techniek en constructie’ en ‘ik en mijn psyche’ zijn altijd aan de orde.

 

“Inzicht, attitude, kennis en vaardigheden”

Kernconcepten

Op Campus aan De Lanen worden kernconcepten gebruikt om de inhoud en de doelen van onderwijs en opvang vorm te geven. Dit noemen we ook wel het “curriculum”. Alle kerndoelen die de overheid voor het onderwijs heeft bepaald zijn hierin opgenomen. Binnen de kernconcepten besteden we aandacht aan kennis (‘ik weet het’), inzicht (‘ik begrijp het’), vaardigheden (‘ik kan het’) en attitude (‘ik laat het zien’).

Kernconcepten zijn anders vormgegeven dan traditionele vakken. Ze spelen in op problemen waarlangs het leven zich ontwikkelt. Een kernconcept staat vijf weken in de aandacht en komt gedurende de jaren regelmatig terug. Door het kernconcept vanuit verschillende invalshoeken te benaderen leren we kinderen verbanden te zien.

KC groei en leven 3
Methodieken

Op Campus aan De Lanen werken we met methodes als bron, dit noemen we ook wel methodieken. Vanuit onderstaande methodieken worden op alle vakgebieden vaardigheden ingeoefend en wordt kennis opgedaan. Het doel is dat kinderen deze vaardigheden en kennis toepassen om zo nieuwe inzichten te ontwikkelen. Het werken aan de attitude krijgt tijdens deze leerprocessen veel aandacht (hoe kan ik samenwerken, hoe kan ik situaties inschatten, wat kan ik voor mezelf en de ander betekenen, wat is voor mij belangrijk etc.)

Spelling
Ons spelling- en grammatica-aanbod geven we vorm vanuit de methodiek die Dolf Janson beschrijft in zijn bronnenboek “Op zoek naar letters”. Spelling is het schriftelijk weergeven van taal. Klanken en klankgroepen vormen hiervan de basis. Kinderen leren goed naar woorden te luisteren en ze te verdelen in klank(groepen). In zes fases oefenen ze een specifieke categorie (bijvoorbeeld de woorden met –nk). Kinderen werken samen in twee- of soms drietallen.

Uitleg van de zes fases van oefenen van een spellingcategorie:

Fase 1: horen en nazeggen;
Fase 2: onderscheiden in klanken en klankgroepen en de klemtoon bepalen;
Fase 3: categorie herkennen en weten welke regel moet worden toegepast. Letters benoemen die nodig zijn om het woord te kunnen schrijven;
Fase 4: opschrijven;
Fase 5: controleren en kunnen beredeneren waarom het woord zo geschreven is;
Fase 6: toepassen in eigen teksten.

Na het oefenen van een categorie wordt deze getoetst d.m.v. een dictee.

Spelling 4

Rekenen
Bij rekenen gaan we uit van passend reken- en wiskundeonderwijs (Parwo). Dit is onderwijs waarin kinderen zelf met onderzoekende en speelse activiteiten hun rekenvaardigheid actief ontwikkelen en oefenen.

Kinderen leren rekenen in vier fases:

  1. Verkennen van het uiterlijk en de functionaliteit (werken met concreet materiaal, tellen, groepjes maken, (tel)structuren aanbrengen);
  2. Verkenning van de inhoud en de structuur (met materialen die al structuur bevatten, (denk aan een eierdoos, dobbelsteen, je vingers etc.);
  3. Werken met (getal-)relaties (structuren gebruiken, schema’s inzetten);
  4. Formele opgaven (kale rekensommen; 23+48=…).

Vijf rollen waar vanuit kinderen leren:

Verzamelaar
Het kind stopt letterlijk iets in zijn zak, zoekt materialen om mee te werken, doet indrukken op, heeft ervaringen;

Onderzoeker
Het kind bestudeert en gaat verschillen en overeenkomsten onderzoeken. Dit is belangrijk om inzichten te kunnen ontwikkelen die nodig zijn voor fase 4 en het uitvoeren daarvan;

Atleet
Het kind gaat oefenen… heel veel oefenen. Het oefent vaardigheden;

Ondernemer
Het kind kan verbanden leggen en het onderneemt met de kennis die eerder is opgedaan;

Professor
Het kind overziet het geleerde en kan zijn kennis delen met anderen.

Rekenen (2)

Technisch lezen
We gebruiken Leeslijn (Kees de Baar) om het natuurlijk leesproces van kinderen te begeleiden. Kinderen maken al snel kennis met lezen, het voorlezen door andere kinderen of coaches wordt bij de jonge kinderen veel gedaan. Jonge kinderen leren door letters te betrekken in het dagelijks leven waar taal voor dient, als communicatiemiddel en dit kan schriftelijk en mondeling gebeuren. Voordat een kind gaat lezen, is het eerst in de weer met letters, rijmen, klanken en teksten beschrijven die bij een tekening passen. Als kinderen door deze fases heen zijn, gaan ze verder met het aanvankelijk leesproces. Kinderen krijgen letterkennis en later wordt het letterspellend lezen (bijv. ‘b-oo-m’) vervangen door het lezen van klankgroepen (bijv. woorden eindigend op -oom, -oog). De volgende fase is dan directe herkenning van letterclusters (bijv. woorden beginnend met fr-, kl-). Als kinderen deze vaardigheid getraind hebben, dan komen er steeds moeilijkere woorden, zinnen en teksten aan bod.

Terwijl kinderen spelenderwijs bezig zijn met taal is ook begrijpend luisteren een belangrijk item. Als kinderen begrip hebben van de taal, helpt hen dit bij het lezen van teksten.
Door observaties weet de coach in welke fase een kind zit en biedt daarop passend aanbod. Om te komen tot lezen is een grote woordenschat noodzakelijk. In de kernconcepten wordt hieraan veel aandacht besteed. Bij het lezen zien we kinderen die instructieafhankelijk, instructiegevoelig en instructieonafhankelijk zijn. We bieden extra aanbod en intensievere begeleiding voor kinderen die moeite hebben met de leesvaardigheid.

Begrijpend lezen
Het belangrijkste doel van leesonderwijs is kinderen teksten te laten begrijpen, hen van teksten te laten leren en hen er plezier aan laten beleven (K.Vernooy).

Dit betekent dat we veel aandacht hebben voor de ontwikkeling van de (mondelinge) taalvaardigheid, de woordenschat, het hebben van voorkennis en kennis over geschreven taal.

Op Campus aan De Lanen stellen we onszelf de volgende vragen:

– Hoe is de taalvaardigheid van het kind?
– Hoe verloopt het proces van technisch lezen?
– Beschikt het kind over voldoende woordenschat?

Dit zijn voor ons signalen die ons helpen inzicht te krijgen of het kind tot begrip kan komen tijdens het lezen.

Opdrachten die te maken hebben met begrijpend lezen worden betekenisvol aangeboden. Dit betekent dat ze passen bij het kernconcept en bij de ontwikkeling van het kind. Denk hierbij aan het kunnen lezen van een legenda in een atlas, coördinaten opzoeken, een woordenboek kunnen hanteren, een recept kunnen lezen, de kern van een verhaal kunnen benoemen, kunnen voorspellen hoe b.v. een prentenboek af zal lopen, etc.

Na het lezen van de tekst volgt de evaluatie: wat wist het kind al over het onderwerp voor het de tekst las en wat weet het nu? Is de tekst duidelijk of is het helpend om de tekst nog een keer te lezen zodat het beter begrijpt wat er wordt bedoeld?

 

Technologie
Technologie is overal om ons heen, het is een belangrijk onderdeel in het dagelijks leven. Het is nodig om kinderen kennis te laten maken met de digitale wereld. Kinderen leren op de Campus basisvaardigheden in het gebruik van technologie. Kijkend naar de toekomst betekent dit, dat we nog niet weten welke banen er ‘later’ nog of niet meer zullen zijn. Sommige vaardigheden zullen ook in de toekomst heel belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

  • Probleemoplossend vermogen;
  • Kritisch denken;
  • Samenwerken;
  • Creatief denken;
  • Zelfregulatie (grip krijgen op je gedachten, emoties en gedrag);
  • Karakterontwikkeling;
  • Communiceren;
  • Burgerschap (de manier waarop mensen deelnemen aan de maatschappij en die helpen vormgeven);
  • Digitale geletterdheid.

Het helpt als je digitale systemen begrijpt en de taal begrijpt, zodat je daarmee invloed kan uitoefenen. Om dit te kunnen doen, wordt computational thinking ingezet; het analyseren en aanpakken van problemen op een procesmatige manier. De technologie geeft kinderen ook de ruimte om zich op verschillende manieren te uiten en actief mee te kunnen doen in een digitale maatschappij. Jezelf uiten via sociale media vraagt ook om na te denken over actuele onderwerpen en een mening te kunnen vormen. We praten met kinderen over kwesties en leggen hier ook verbanden naar zowel de digitale als de werkelijke wereld.

Organisatie

Leeftijdsindeling
De kinderen op Campus aan De Lanen zijn ingedeeld in vijf units (“Lanen”), samengesteld op basis van ontwikkelingsfasen. Dit is als volgt opgebouwd: 0-4 jaar, 4-6 jaar, 6-9 jaar, 9-12 jaar, 12-15 jaar. Deze indeling is onder andere gebaseerd op de ontwikkelingsfases die Maria Montessori beschreef.

We starten in schooljaar 2022-2023 met ongeveer 170 kinderen bij onderwijs en 70 kinderen bij de opvang. De kinderen zijn verdeeld over de volgende basisgroepen:

Laan 1 (van 0 tot 4 jaar)
– Fluitenkruid
– Zilverkruid
– Lavendel
– Rozemarijn

Laan 2 (kinderen van 4 -6 jaar)
– Boterbloem
– Pinksterbloem
– Koekoeksbloem
– Korenbloem

Laan 3 (kinderen van 6-9 jaar)
– Akkerwinde
– Wingerd
– Haagwinde

Laan 4 (kinderen van 9-12 jaar)
– Braam
– Vlier

Laan 5 (kinderen van 12 tot 15 jaar)
– Wilg
– Berk

De kinderen van de BSO hebben de naam “Duizendblad” gekregen.

De namen van de groepen verwijzen naar de beplanting in de omgeving van Campus aan De Lanen.

Met de basisgroep wordt de dag gestart en afgesloten en vinden allerlei gezamenlijke activiteiten plaats. Daarnaast wordt er gedurende de dag op diverse manieren samengewerkt: tussen kinderen van dezelfde en van verschillende leeftijden.

Functieruimtes
Campus aan De Lanen heeft open leerpleinen met verschillende ‘functieruimtes” ingericht. In een functieruimte vindt een bepaald soort activiteit (zie beschrijving functieruimtes) plaats. De ruimtes zijn geordend en gestructureerd ingericht om zo passend gedrag bij kinderen te stimuleren.

Iedere ruimte op Campus aan De Lanen heeft een hoofddoel. Naast de hoofddoelen zijn er onderliggende doelen. Door middel van inspiraties, introducties en instructies kunnen kinderen hun mogelijkheden verkennen en ontplooien. Op deze manier krijgen kinderen de ruimte om zich verder te ontwikkelen en te groeien.

Bij het ontwerpen en inrichten van de leeromgevingen hebben we ons laten inspireren door de natuurlijke omgeving en de bijpassende elementen. Iedereen begrijpt de positieve effecten van de verbinding met de natuur. Natuurlijke aspecten als daglicht, planten, zicht op groen en natuurlijke ventilatie zorgen ervoor dat je je prettig voelt in de ruimte. Dit hebben we op Campus aan De Lanen dan ook zoveel mogelijk in de inrichting toegepast, volgens de ideeën van “biofilisch design”. Biofilisch design komt neer op de ‘ervaring’ van de ruimte, de omgeving en het gebouw: hoe beleef je het, wat zie je, hoe voel je je?

De verschillende functieruimtes uitgelegd:
Rekenen

Hippocampuspark
De hippocampus in ons brein zorgt er onder andere voor dat informatie wordt opgeslagen; vandaar dat wij deze ruimte hiernaar vernoemd hebben. In het hippocampuspark zijn kinderen vooral bezig om vaardigheden in te oefenen, eigen te maken en in te slijpen die het dagelijkse leven ondersteunen. Er wordt bij kinderen ingezet op het ontwikkelen van een goede basis. Kinderen moeten snappen wat ze doen. De vaardigheden rekenen en taal staan hier centraal.

buiten met loose parts

Buitenlanen
Er is rondom de Campus volop ruimte om heerlijk te bewegen en te spelen. Iedere dag zijn we buiten te vinden. Daar komen de kinderen in aanraking met de echte wereld, de omgeving die zo betekenis vol is. De kinderen hebben de mogelijkheid om met de materialen uit de loose parts kar te spelen of met natuurlijke materialen die in de omgeving te vinden zijn. Vanuit kernconcepten zijn we ook vaak buiten om de omgeving bij het kernconcept te betrekken. Voor de (oudere) kinderen zijn beweeglandschappen ingericht waarin kinderen motorische vaardigheden kunnen ontdekken en trainen.

Beweegruimte 4

Beweegruimte
In de beweegruimte voor Laan 1 en 2 bieden we de jonge kinderen de mogelijkheid aan om even fysiek te bewegen en het hoofd leeg te maken. Hier is een opstelling neergezet waar kinderen kunnen klimmen en klauteren; daarnaast is er klein spelmateriaal aanwezig voor een spel. In de beweegruimte voor Laan 3, 4 en 5 zijn de beweegactiviteiten aangepast op het oudere kind (bijvoorbeeld een klimwand en teamsporten).

“Fysiek bewegen en het hoofd leegmaken”

verhalenhof2

Verhalenhof
De verhalenhof is een plek waar kinderen gericht bezig zijn om onder andere situaties uit het dagelijkse leven na te spelen. Hierdoor wordt een eigen wereld gecreëerd; deze kan avontuurlijk en creatief zijn, ook afhankelijk van de inrichting. In deze wereld kan iedereen in- en uitstappen. De inrichting sluit aan bij het kernconcept of bij een viering (denk aan Sint en Kerst).

“Je eigen wereld kan avontuurlijk en creatief zijn”

atelier

Atelier
In het atelier zijn kinderen gericht bezig om kennis te maken met en vaardigheden te ontwikkelen op het gebied van beeldende vorming. Bij beeldende vorming kan gedacht worden aan tekenvaardigheden, vaardigheden met andere materialen zoals papier, karton, garens, klei, kleuren en vormen. Kinderen krijgen de mogelijkheid om te experimenteren met alle materialen.

L leest in bieb1

Plaza Mayor en de bieb
Net zoals de pleinen in Spanje is de Plaza Mayor de plek waar iedereen elkaar kan ontmoeten. Hier is ruimte voor het voeren van een goed gesprek, hier wordt opgestreden, gekookt (er is een heuse keuken op de Plaza Mayor), (samen-)gewerkt en gelezen.

Op de Plaza Mayor staan boekenkasten vol met uiteenlopende boeken van de SchoolBiEB. Het aanbod is voor iedereen! Bijpassend bij de kernconcepten wisselt de boekencollectie regelmatig. Daarnaast kunnen kinderen boeken reserveren. De bieb wordt gerund door de oudste kinderen van Campus aan De Lanen en een keer per week worden zij versterkt door Dennis, een leesconsulent van de Bibliotheek ’s-Hertogenbosch. Hij organiseert ook regelmatig boeiende leesactiviteiten.

KC groei en leven 1

Verwonderplein
Op het verwonderplein is materiaal te vinden dat bij het kernconcept van dat moment past. Dit zijn materialen waar kinderen nieuwsgierig naar zijn: wat kan het, wat doet het en wat kan er nog meer mee? Aan het begin van het kernconcept zijn er maar enkele materialen te vinden; naarmate de weken vorderen wordt het aangevuld met vragen, ontdekkingen, tekeningen en collages die bij het kernconcept passen. Doel van deze materialen is om kinderen te stimuleren om tot onderzoeksvragen te komen.

restaurant2

Restaurant
Het restaurant op de Campus is de plek waar een hapje en een drankje kunnen worden genuttigd. Hier gaan kinderen op een eigen gekozen moment een tussendoortje pakken en lunchen. Kinderen van Laan 5 eten en drinken in het restaurant op de Plaza Mayor. Op Campus aan De Lanen is gekozen voor het volgen van een gezond voedingsbeleid (zie kopje “praktisch”).

V werkplaats

Werkplaats
Met allerlei bouw- en constructiematerialen maken de kinderen bouwwerken. Kinderen doen dit vanuit hun eigen inzicht of met een voorbeeld. Voor de jongere kinderen zijn de grote bouwmaterialen beschikbaar (blokken, Duplo) terwijl voor de oudere kinderen de uitdaging te vinden is in kleinere bouwmaterialen zoals bijvoorbeeld technisch lego en Knex. De kinderen worden uitgedaagd en gestimuleerd om steeds moeilijkere bouwwerken te maken door samenspel, nadoen van groepsgenoten of van volwassenen.

Ruimtes opvang
Ook in de ruimtes van de kinderopvang is gekozen voor het inrichten volgens “biofilisch design”. Dit is vooral te zien aan het kleurgebruik, de natuurlijke materialen, de openheid en het licht.

ruimte KO
ruimte KO4
ruimte KO2
ruimtes opvang (2)

Dagritme en dagindeling

Laan 1 (opvang) is op werkdagen geopend van 7.30 tot 18.30 uur. De kinderen kunnen tussen 7.30 en 8.30 uur starten. Laan 2, 3 en 4 (onderwijs) kennen een continurooster (maandag tot en met vrijdag dezelfde uren) van 8.30 tot 14.00 uur, met een inloop vanaf 8.20 uur. De kinderen van Laan 5* zijn dagelijks tot 14.20 uur aanwezig. Er wordt elke dag geluncht op Campus aan De Lanen. Duizendblad (BSO) is in bedrijf tussen 14.00 en 18.30 uur.

*Op maandag is Laan 5 op de Rijzert in ‘s-Hertogenbosch, op dinsdag op Wittering.nl, en op vrijdag op het Rodenborch College.

Een dag op Campus aan De Lanen kan er als volgt uit zien:

0-4 jaar

7.30-8.30 uur
Liefdevolle ontvangst

8.30-18.30 uur
Informeel/intuïtief spelen en leren vanuit waarden en ontwikkeling.
De coaches creëren gezamenlijke momenten voor het eten. Er zijn meerdere momenten per dag waarop de kinderen naar buiten gaan. Dit gebeurt vooral in de omgeving, waar volop wordt gespeeld op de Buitenlanen, waar getuinierd kan worden en kan worden ontdekt. Soms trekken de coaches erop uit om de wijk te gaan verkennen voor een wandeling of een speelmoment.

4-6 jaar/6-9 jaar/9-12 jaar/12-15 jaar

8.30-8.45 uur
We starten vanuit veilige ontmoeting in een kring. Dit is een verbindende (buiten-)activiteit met de basisgroep. We luisteren naar een rustig stukje muziek waarna de ‘steen van de aandacht’ rondgaat. Kinderen krijgen kort de aandacht als ze de steen vasthebben en kunnen vertellen hoe het die dag met hen gaat. Zitten ze lekker in hun vel? Hebben ze zin in de dag? Of gaat het vandaag wat minder goed? Doel is dat we rekening kunnen houden met elkaar omdat we weten hoe het met de ander gaat.

8.45-13.30 uur
De kinderen zijn aan het werk in de verschillende functieruimtes. We zien kinderen bezig aan beredeneerd aanbod. Dit betekent dat de coaches van te voren hebben bepaald welk kind met welke activiteit bezig is. Het aanbod kan expliciet zijn: de coach sluit dan aan bij de ontwikkeling van het kind door bijvoorbeeld uitleg te geven en het kind mee te nemen in de leerstof. Er kan ook aanbod zijn vanuit een workshop (denk aan vliegers maken, bezoek aan de molen, etc.), of het kind is na eerdere instructie zelfstandig aan het verwerken.

Vaak gaan kinderen aan de slag met een onderzoeksvraag. We zien kinderen veel samenwerken. Een andere vorm van aanbod is impliciet aanbod. Dan ligt er uitdagend materiaal klaar zonder dat we vertellen waar het voor is. Kinderen mogen zelf op onderzoek uit en formuleren vanuit nieuwsgierigheid vaak zelf onderzoeksvragen. Die vormen weer input voor het vervolg van de invulling van de dag, dagen of soms zelfs week. Er is dus ook ruimte voor inbreng vanuit de kinderen zelf, passend bij de leerdoelen van het kernconcept. Zo kan het kind eigenaar worden van de doelen die het nog wil bereiken.

Tijdens de dag is er ruimte voor een gezond tussendoortje, eveneens gezonde lunch en buitenspel of bewegen in de beweegruimte. We leren het kind naar zichzelf te luisteren en keuzes te maken.

13.30-14.00* uur
Aan het einde van de dag volgt een evaluatie en (buiten-)afsluiting met thuisgroep. De rustige muziek wordt aangezet en de kinderen sluiten de dag in rust af.

*Indien van toepassing: vervolg op Duizendblad (BSO) tot 18.30 uur (maandag t/m vrijdag).

Structuur
In de omgeving van Campus aan De Lanen draait alles om structuur. Daarmee bereiken we duidelijkheid en voorspelbaarheid. Deze structuur is bijvoorbeeld terug te zien in de manier waarop de ruimtes zijn ingericht. Alles is volgens een bepaalde bedoeling en volgorde opgebouwd/ingericht. In elke ruimte staan passende activiteiten centraal, die ook alleen daar kunnen plaatsvinden. Ook de dagritmes bieden veel structuur: alle dagen beginnen en eindigen hetzelfde, namelijk met het aantrekken van je binnenschoenen. Dit doen we om een overgang te maken van de wereld buiten naar de wereld binnen.

We verwelkomen elk kind persoonlijk waarna kinderen plaatsnemen in de kring, gezamenlijk luisteren we naar een rustgevend muziekje en vervolgens maakt de “aandachtssteen” een rondje (kinderen kunnen vertellen “hoe ze erbij zitten”.) Dit ritueel maakt dat kinderen en coaches zich met elkaar verbinden en van daaruit een nieuwe dag beginnen.