Visie en missie

wereld ontmoeten

Campus aan De Lanen is een plek waar kinderen van 0 tot 15 jaar zich ontwikkelen tot autonome, nieuwsgierige, maatschappelijk betrokken en sociale jongvolwassenen. De brede vorming van het kind staat hier centraal. In de ontwikkeling van het kind hebben we speciale aandacht voor outdoor education (buiten zijn en buiten leren) en het bewegend leren. De wereld ontmoeten” is ons motto!

Missie

De wereld ontmoeten! is onze missie. Het fundament hiervoor zijn onze kernwaarden, welke zijn terug te zien in onze speerpunten:

  1. Buiten zijn en buiten leren;
  2. Bewegend leren;
  3. Doorgaande ontwikkelingslijn van 0 tot 15 jaar.

Vanuit een holistisch perspectief (kijkend naar het geheel) worden de kinderen gevolgd, gestimuleerd en begeleid in hun ontwikkeling. Dit doen we aan de hand van onze kernwaarden, welke leidend zijn voor ons handelen.

Kernwaarden van Campus aan De Lanen
Samen skeeleren 2

Ontmoeten en verbinden
Kinderen van 0 tot 15 jaar trekken samen op en leren van elkaar. Zo leren ze niet alleen zichzelf, maar ook de ander te begrijpen. We stimuleren de kinderen nieuwsgierig te zijn naar elkaar. De verbinding met de omgeving en de buurt is voelbaar en zichtbaar: we trekken erop uit om de wereld te leren begrijpen, gaan op onderzoek uit naar alles wat de omgeving te bieden heeft en werken graag samen met iedereen die met ons mee op pad wil.

17

Verwonderen en onderzoeken
Vanuit intrinsieke motivatie gaan kinderen op onderzoek uit. Onderweg is er veel te verwonderen. De ruimte om de kinderen heen is daar ook op ingericht. Op de momenten waarop we op De Campus zijn, we de wereld ontmoeten en we bewegend leren, worden kinderen gestimuleerd om tot diep leren te komen. We stellen vragen die verwondering opwekken en prikkelen kinderen om al hun zintuigen te gebruiken.

voorleven

Beleven en voorleven
“Het voorbeeld geven van wat je bij een ander wilt zien”: dat is een pedagogische belofte op Campus aan De Lanen. Hetis een “oefenplaats” tussen thuis en samenleving, waarin kinderen alle aspecten van het leven kunnen oefenen. Deze plek moet het kind mogelijkheden bieden om ‘in de wereld te komen’ en iets van het eigen leven te maken. Betrokkenheid bij de omgeving maakt dat kinderen daar goed voor willen zorgen. Ieder draagt een steentje bij!”

P in het veld

Ruimte geven en houvast bieden
Campus aan De Lanen is de plek waar kinderen kansen krijgen en kansen geven aan een ander. Waar we kinderen helpen zo autonoom mogelijk te worden en hen de hand bieden om de volgende stap te kunnen zetten. We geven grenzen aan om rust en overzicht te creëren. Door structuur te bieden in de vorm van duidelijke verwachtingen en inhoudelijke ondersteuning, weten kinderen wat er van hen verwacht wordt.

Visie op ontwikkelen en leren

Kinderen vol motivatie aan de slag laten gaan: dat is wat er op Campus aan De Lanen dagelijks gebeurt. Leren en ontwikkelen vinden het beste plaats als kinderen vanuit zichzelf gemotiveerd zijn. Campus aan De Lanen is een oefenplaats tussen thuis en samenleving, waarin kinderen alle aspecten van het leven kunnen oefenen.

Onze plek biedt het kind mogelijkheden om ’in de wereld te komen’. Op Campus aan De Lanen krijgen de kinderen de ruimte en vrijheid om te ontdekken. Kinderen leren beter door eerst eigen ervaringen in een echte context op te doen, waar een emotie aan te pas komt en een bedoeling bij komt kijken. Dit wordt ook wel “Gestaltleren” genoemd. De coaches van Campus aan De Lanen hebben een ondersteunende rol in dit proces. Zij geven de ruimte en het vertrouwen aan de kinderen en bouwen relatie op met elk individu.
Zij nemen nauwkeurig waar zodat de juiste vragen op de juiste momenten gesteld worden. Betrokkenheid zegt iets over de kwaliteit van leren en vormt daarom de onderlegger van onze visie op leren en ontwikkelen.

Vanuit onze visie op leren sluiten we aan bij de behoeften van het kind en bij de manier waarop het inzichten verwerft.

Concept 02
11

We gaan uit van de volgende basisuitgangspunten voor het leren van kinderen:

  • Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en hebben zelf vragen;
  • Kinderen kunnen binnen hun leerproces keuzes maken die aansluiten bij hun belangstelling en hun manier van leren;
  • Kinderen verschillen van elkaar en mogen ook op verschillende manieren leren: met de coach, met groepsgenoten, door materialen te verkennen, via spelletjes, computer etc.;
  • Kinderen verschillen qua tempo waarin ze leren. Niet elk kind leert hetzelfde op hetzelfde tijdstip;
  • Een uitnodigende leeromgeving zorgt ervoor dat kinderen eigen keuzes kunnen maken, op verschillende manieren kunnen leren en doelen kunnen bereiken. De leeromgeving is zo opgebouwd dat ze uitnodigt tot actief en bewegend leren;
  • Kinderen leren inzichten te verwerven door voornamelijk handelend bezig te zijn in realistische situaties;
  • De coach verzorgt aanbod en nodigt het kind hiervoor uit. Of het kind kan zelf beslissen om aan te sluiten. Kinderen die snappen hoe iets in elkaar zit, hoeven niet naar de uitleg maar gaan direct zelf aan de slag;
  • Als het kind zich wil verdiepen vindt het daarvoor benodigde materialen, activiteiten en begeleiding in de leeromgeving.

Vanuit onze visie zorgen we ervoor dat kinderen gestalten (inzichten) op kunnen bouwen. Om beter in te spelen op verschillende behoeften van kinderen is het belangrijk om als coach boven de leerstof te staan. Dat betekent dat we kennis hebben van de kerndoelen en van de leerlijnen. Om kinderen echt verder te helpen is het belangrijk om de ontwikkeling van kinderen goed te observeren. Daarbij geven we gerichte feedback.

In de leeromgeving is terug te zien dat er bewuste keuzes gemaakt voor materialen en inrichting.

Als een kind inzicht kan krijgen door een bepaald spel te doen of een rekenprobleem kan oefenen door handelend met materiaal bezig te zijn, kunnen oefeningen uit een methode geschrapt, verminderd of vervangen worden.

Kinderen leren het best als wat ze leren er écht toe doet.

Een methode kan onmogelijk een  realistische context schetsen die voor álle kinderen dichtbij staat. Een coach zoekt daarom naar realistische situaties uit het dagelijks leven, waarin het kind een leervraag of een leerdoel op kan pakken. Omdat kinderen verschillen van elkaar, kunnen die situaties ook verschillen. De coaches zullen hierdoor op meerdere momenten op de dag aanbod verzorgen.

Aanbod kan plaatsvinden op verzoek van het kind, maar kan ook plaatsvinden om een bepaald onderdeel of leerdoel onder de aandacht te brengen. Het kan bestaan uit het samen verkennen van materiaal. Daarbij gaat het niet zozeer om geven van instructie, maar wel om het beantwoorden van vragen van kinderen óf om ze zelf vragen te laten stellen of na te laten denken over een bepaald probleem.

Aanbod wordt bij voorkeur gegeven in kleine groepjes waardoor de interactie groot is. Het komt erop aan de kinderen veel aan het woord te laten en goed te luisteren naar hoe ze aan het leren zijn en hen te laten verwoorden wat ze aan het doen zijn.

We vinden het belangrijk dat kinderen actief aan het werk zijn: alleen, in duo’s of in kleine groepjes. Hiervoor hebben we een leeromgeving gemaakt die uitnodigt tot overleg. De coach zal het kind bevragen als het met materiaal aan de slag is om onder woorden te brengen wat het aan het doen is.  Verwoorden tijdens het werken met materiaal helpt om te reflecteren op het handelen. Hierdoor ontstaat interactie tussen kind en coach, of tussen kinderen onderling.

Coaches hebben niet alleen de rol de leeromgeving voor te bereiden en aanbod te verzorgen. Het is daarnaast heel belangrijk om de ontwikkeling van kinderen te volgen.

Goed zicht hebben op de grote lijnen en de cruciale leermomenten (momenten van inzicht die nodig zijn voor verdere ontwikkeling) maakt het mogelijk de ontwikkeling van het kind goed in de gaten te houden en te zien aan welke onderdelen het aan het werken is. Zo krijgen we zicht op de ‘fase’ waarin het kind zit: de inzichtfase, de oefenfase of de toepassingsfase.

In onze visie op leren, past ook een visie op handelen. We handelen op Campus aan De Lanen vanuit Pedagogische tact. Pedagogische tact is een speciaal moment van interactie waarbij je als coach het juiste doet op het goede moment en waarbij het kind dat ook zo ervaart.  We nemen als coach het perspectief van het kind in en gaan op zoek naar wat het kind nodig heeft om verder te kunnen. Op die manier brengen we een nieuw evenwicht aan waardoor het kind zich weer op het gemak voelt. Deze manier van benaderen is een basisinstelling op Campus aan de Lanen. Deze instelling omvat respect voor de drie psychologische basisbehoeften van ieder mens: autonomie (ruimte en respect voor eigen keuze en inbreng), relatie (mogen zijn wie je bent en gerespecteerd worden zoals je bent) en competentie (de zin om te leren en het geloof in eigen kunnen).

Inleiding 2
Speerpunten

(kenmerkend voor ons “zijn” op Campus aan De Lanen)

Bewegend leren
Bewegend
leren

is geïntegreerd in de activiteiten van de dag.

Erop uit
Buiten zijn en buiten leren
(outdoor education)

 kinderen ontdekken, onderzoeken en leren in en van de natuur en de wijk;

H helpt peuters in bieb
Doorgaande ontwikkelingslijn
van 0 tot 15 jaar

kinderopvang, basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs onder één dak. Kinderen van diverse leeftijden ontmoeten elkaar en leren van elkaar.

Dit is onder andere terug te zien door
Spelling2

De kinderen het mooie van de nabije wereld laten ontdekken en hen helpen omgaan met de digitale wereld.

opening 3

Het vieren van successen en gebeurtenissen, groot én klein.

feedback1

Kinderen mee laten denken en praten over hun eigen ontwikkeling.

KC energie2

Het volgen van de ontwikkeling van ieder kind in al zijn facetten, waarbij veel aandacht is voor het proces.

stimuleren maken eigen keuzes

Het stimuleren in het maken van eigen keuzes vanuit een ontdekkende houding:
“Ik wil iets van mijn leven maken!”

vlieger maken met vader

Het actief  betrekken van ouders bij de campus.

Buiten zijn en buiten leren (outdoor education)

Op Campus aan De Lanen is een grote rol weggelegd voor de verbinding met de natuur. We hebben dit verweven in de visie, het concept en de omgeving (binnen en buiten). Wij leren kinderen hoe op een duurzame manier om te gaan met de wereld om hen heen. We vinden aansluiting met de klimaatdoelen die door de Verenigde Naties zijn opgesteld. Die zien we ook in ons streven om kinderen zo dicht mogelijk bij de natuur te laten zijn.

Wat maakt dat leren buiten de Campus net iets anders gaat dan erbinnen? In de ‘echte’ wereld (buiten) leert het kind als daartoe een concrete aanleiding is. Het kind wil iets kunnen oplossen of maken, het is door een bericht nieuwsgierig geworden en wil weten hoe dat zit, het ervaart een probleem en wil dat oplossen, het maakt plannen en wil die kunnen uitvoeren.

In al die gevallen is de motivatie tot iets willen leren geen probleem.

Het kind leert binnen een voor hem of haar betekenisvolle context. Bovendien is het doel duidelijk en het kind kan zelf bepalen wanneer dat doel is bereikt. Informatiebronnen vinden is daarbij meestal niet het probleem. De juiste bron selecteren kan wel lastig zijn en kan een reden zijn om contact met anderen te zoeken.

De belangrijkste kenmerken van buiten de Campus leren zijn de samenhang, de betekenisvolheid en het eigenaarschap van wie leert. Samenhang betekent het benutten en versterken van verbindingen. Verbindingen tussen onderwerpen en vakgebieden, maar vooral verbindingen in de hersenen. Leren is immers het maken en versterken van dergelijke verbindingen met de al aanwezige voorkennis.

Een leertaak is betekenisvol als het kind herkent wat er te leren is en begrijpt wat dit toevoegt aan wat het kind al weet.

Op Campus aan De Lanen vinden we die betekenisvolheid zowel binnen als buiten, in de nabije omgeving en de wijde wereld.

“Het kind leert binnen een betekenisvolle context”

Op Campus aan De Lanen geven we inhoud aan de volgende manieren van bewegen:

– Spelend bewegen
– Vrij bewegen
– Belevend bewegen
– Ontdekkend bewegen
– Sociaal bewegen
– Dynamisch bewegen

Ook voor het meubilair op de Campus zijn keuzes gemaakt die bewegend leren stimuleren. Bijvoorbeeld het gebruiken van zit-/statafels, wiebelkrukken en flexibele werkplekken. Over de effecten hiervan zijn interessante onderzoeken gedaan.

Bewegend leren

Dat bewegend leren belangrijk is voor de motorische ontwikkeling en gezondheid van kinderen is bekend. Maar zorgt bewegen ook voor betere leerprestaties? Mogelijk wel. Wetenschappers proberen de relatie tussen sporten, bewegen en schoolprestaties helder te krijgen. De samenhang tussen leren en bewegen duikt telkens op. Het samen uitvoeren van fysieke activiteiten en leertaken, bijvoorbeeld springen terwijl je bezig bent met het automatiseren van rekenen, lijkt een positieve invloed te hebben op het leren van kinderen.

Door bewegen vinden veranderingen plaats in de hersenstructuur. Deze hebben een positief effect op functies van een kind zoals planning, besluiten nemen en bijsturing van het gedrag en – vermoedelijk- ook op de aandacht en de concentratie.

Waarom zou lichamelijke inspanning eigenlijk zorgen voor beter leren? Een theorie vanuit de neurobiologie (ontwikkeling en werking van zenuwstelsels) is dat de hersenen door sport en beweging meer bloed krijgen. Dat betekent meer zuurstof en voedingsstoffen, wat goed zou zijn voor een betere concentratie, het werkgeheugen en het onderdrukken van prikkels. Een andere verklaring is te vinden in de sociale context: bewegen kan de sfeer in de groep verbeteren. Het zou kunnen dat kinderen zich door een prettige sfeer veiliger voelen, waardoor ze beter gaan leren. Om deze redenen hebben we op Campus aan De Lanen bewegen hoog in het vaandel staan!

dansen met Kitty
Doorgaande ontwikkelingslijn

Wij hebben de overtuiging dat een ononderbroken ontwikkeling het beste tot uiting kan komen op een plek waar brede vorming plaatsvindt. Daarom bieden wij een doorgaande ontwikkelingslijn van 0 tot 15 jaar. Hier geven we op Campus aan De Lanen vorm aan door kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs (VO) samen te laten werken. We kiezen bewust voor de samenwerking met het VO, omdat we de onnatuurlijke “knip” tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs willen omzeilen. Net zoals dit al enkele jaren gebeurt tussen kinderopvang en basisonderwijs.

Eerder starten én later selecteren vergroot de kansen van kinderen op talentontwikkeling. Daarnaast adviseert de Onderwijsraad de keuze voor een ononderbroken schoolloopbaan omdat de school rust, structuur, veiligheid en een sociale plek biedt. De overheid pleit al enkele jaren voor een meer gevarieerd onderwijssysteem. Hierbij wordt recht gedaan aan wat kinderen vandaag de dag motiveert om te leren. De samenleving verandert en blijft zich verder ontwikkelen waarmee er ook een andere behoefte aan scholing is ontstaan.

Er zijn trends op dit vlak waar Campus aan De Lanen op inspringt, met veel aandacht voor doorlopende leerlijnen en betere verbindingen tussen opvang en onderwijs. Landelijk wordt er gesproken over het “wegnemen van schotten” om daardoor meer talenten van kinderen te benutten. Dit maakt dat Campus aan De Lanen uit drie gelijkwaardige partners bestaat (Ons Kindbureau, Signum en Rodenborch-College.) De coaches van de Campus werken intensief samen om vorm te geven aan de ontwikkeling van de kinderen van 0 tot 15 jaar.

Op Campus aan De Lanen kunnen kinderen met alle ontwikkelniveaus en leerstijlen een plek krijgen. Dit is mogelijk door grensoverbruggend leren tussen verschillende schoolorganisaties.  Dit wordt ook wel  boundary crossing genoemd.